Joke Mooij en Wim Boonstra (red.)
De kredietcrisis van 2008 bracht wereldwijd tal van gerenommeerde beursgenoteerde banken in zware problemen. En hoewel ook de coöperatieve banken door de crisis werden geraakt, bleek al snel dat zij stabieler bleven en het zonder staatssteun konden stellen. In ons land was de coöperatieve Rabobank de enige grootbank die niet door de overheid hoefde te worden gered. Profiteerden coöperatieve banken simpelweg van de toevallige gelukkige omstandigheid dat zij niet beursgenoteerd zijn? Is dit juist in tijden van grote financiële turbulentie voordelig? En hoe crisisbestendig is het coöperatieve model eigenlijk?
Op deze en andere vragen tracht Een eigen koers antwoord te geven. Dit gebeurt aan de hand van negen theoretische, actuele en historische bijdragen van gerenommeerde auteurs. Zij behandelen thema’s als de coöperatieve organisatievorm en zijn plaats in de markteconomie, de invloed van sterke coöperatieve banken op de concurrentieverhoudingen binnen landen en de wijze waarop de coöperatieve banken crises doorstaan. Wim van Diepenbeek behandelt het coöperatieve bedrijfsmodel in het kader van de organisatieleer. Bouke de Vries belicht vervolgens de betekenis van de coöperatieve banken in Europees perspectief. Hans Groeneveld en De Vries analyseren op basis van recente literatuur en empirisch materiaal wat de invloed van de aanwezigheid van coöperatieve banken is op de markten waarin zij opereren en hoe zij tot dusver de crisis hebben doorstaan. Niek Vogelaar beschrijft in zijn bijdrage meer in detail hoe de Rabobank tot dusver de kredietcrisis is doorgekomen. Daarbij geeft hij tevens een beknopt overzicht van de recente geschiedenis van deze bank. De historische bijdragen komen van de hand van Joke Mooij, die het Nederlandse coöperatieve bankwezen in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw beschrijft, en Hubert Bonin, die zowel de historische ontwikkeling als de meer actuele gang van zaken van de coöperatieve banken in respectievelijk Frankrijk en Oostenrijk belicht. Zoals gezegd behandelt Llewellyn de recente teloorgang van de Britse Mutuals en de gevolgen daarvan voor het Britse financiële stelsel.






